Warning: call_user_func_array() expects parameter 1 to be a valid callback, function 'register_menu' not found or invalid function name in /home/data/websites/www/2/dubolimburg.be/public_html/wp-includes/plugin.php on line 470
FAQ’s | Dubo Limburg

FAQ’s

Dubolimburg is er voor al uw vragen. In onderstaande rubriek bespreken we wekelijks een Regelmatig Terugkerende Vraag FAQ) rond duurzaam bouwen en wonen.

 


 Moet de verwarming volledig uit wanneer ik niet thuis ben?

Je zet je verwarming best NIET volledig uit: het is veel beter om de temperatuur te verlagen tot een graad of vijftien. Dat doe je overdag (als je niet thuis bent) maar ook ’s nachts. Het kost namelijk meer energie om een volledig koud huis te verwarmen, dan om een lichtjes afgekoeld huis weer op temperatuur te brengen. Vergelijk het met een auto: als je telkens vanuit stilstand moet optrekken tot 100 km/uur verbruik je veel meer dan wanneer je 50 km/uur blijft rijden en dan versnelt tot 100 per uur.

Isoleren!

Een goed geïsoleerd verliest huis niet onmiddellijk al zijn warmte. Maar er zijn natuurlijk verschillende factoren die bepalen hoe snel een huis afkoelt. Wanneer er een groot verschil is tussen buiten- en binnentemperatuur, zul je meer moeten verwarmen. Verder hangt er ook veel af van de zogenaamde ‘traagheid van het gebouw’. Een huis dat bestaat uit veel beton – met dus een grote ‘massa’ – zal trager opwarmen én trager afkoelen. Een huis dat met strobalen werd opgetrokken zal sneller afkoelen maar ook sneller opwarmen.

Tips

  • Plaats nooit een radiator voor een groot raam dat tot de grond reikt. Een raam isoleert minder goed als een muur. Een vensterbank kan helpen de warmte in huis te houden.
  • Verlucht slim en bespaar energie. Verlucht KORT. Of je je raam ‘op kip’ zet, of volledig open, maakt niet uit. Tenzij het hard waait.
  • Doe, wanneer het donker wordt, rolluiken of gordijnen dicht. Dat heeft een isolerend effect.
  • Hou deuren van niet-verwarmde ruimtes – zoals bijvoorbeeld garage, gang of wasplaats – dicht.
  • Draai radiatoren dicht in kamers waar je niet komt.

 


Heeft het zin om bij een nieuwbouwwoning de kelder te isoleren?

Een kelder isoleren zowel vloer als wanden is niet goedkoop en niet makkelijk: het is iets wat u aan een vakman overlaat. De wanden moeten immers langs buitenzijde worden geïsoleerd met vochtbestendige isolatie die geschikt is om ondergrondse constructies te isoleren. Hiervoor is een brede waaier aan producten op de markt verkrijgbaar.

Isoleren of niet?

Indien de kelder wordt gebruikt als berging, hobbyruimte of andere niet-leefruimte, dan is kelderisolatie niet meteen noodzakelijk. Het is verstandiger om de woning te isoleren vanaf het gelijkvloers en ervoor te zorgen dat de keldertoegang goed afgeschermd en geïsoleerd is, en dat de aansluiting met het gelijkvloers goed gebeurt. Dit wil zeggen: isoleer de trapkoker van de kelder en voorzie hem van goed isolerende deuren met nodige rubbersluitingen om tochtvorming te weren. Een kelder dient verder altijd voldoende verlucht te worden: anders zal het vocht een essentieel probleem vormen en onder andere de luchtkwaliteit van de bovenliggende verdieping(en) negatief beïnvloeden.

Indien de kelder een woon- en werkfunctie heeft – slaapkamer, zitruimte of praktijkruimte – dan wordt de kelder aanzien als een ‘warme’ zone. Dan is het wel nuttig om de ruimte goed te isoleren, maar dat betekent wel een meerkost qua materialen.
Vergeet ook zeker niet te ventileren: een kelder met woon- en werkfunctie moet uiteraard ook voorzien worden van een ventilatiesysteem. Voorzie de ventilatiebuizen al vanaf het legplan (plan dat de plaats van de leidingen aangeeft) om niet voor verrassingen te komen staan tijdens ruwbouw of afwerking.

 


Geld als water?

Hoe kan ik op een eenvoudige manier water en dus geld sparen?

Zuiver water is wereldwijd een schaars goed. Toch verbruikt de gemiddelde Vlaming dagelijks 110 liter leidingwater. Meer dan de helft van dit water wordt gebruikt voor activiteiten waar geen drinkbaar water voor nodig is, zoals het spoelen van het toilet, de grote kuis en het water geven van de tuin. Doordacht en zuinig omspringen met water is daarom noodzakelijk. Dit zorgt tevens voor een grote kostenbesparing.

Heb je (ver)bouw plannen, hou dan rekening met de volgende richtlijnen:

  • Beperk de lengte van de leidingen en dimensioneer de diameter correct.
  • Plaats waterloze of waterzuinige toiletten. Gebruik toiletten met een spoeling van maximaal 3 à 6 liter (voor respectievelijk kleine en grote spoelknop) en met spoelonderbreking (vb traploze regeling).
  • Plaats drukbegrenzers of -regelaars.
  • Plaats je een bad, kies dan voor een geïsoleerd bad met waterinhoud van maximaal 100 liter.
  • Plaats in bad en douche spaardouchekoppen met maximale doorstroming van 4 tot 7 liter/minuut.
  • Plaats waterbesparende kranen (max. 6liter/min). Plaats anders spaarperlatoren (bruismondstukken), doorstroombegrenzers of debietbegrenzers op alle kranen.
  • Plaats thermostatische eengreepsmengkranen met ingebouwde spaarknop of weerstand en beperkt menggebied voor koud-warm water (middelste stand = koud water).
  • Plaats op elke boiler een expansievat van het doorstromend type.
  • Kies voor de meest waterzuinige huishoudtoestellen.
  • Zorg voor een waterzuinige tuinaanleg.
  • Gebruik hemelwater voor zoveel mogelijk toepassingen. Sluit alle toiletten, dienstkraantjes (ook aan uitgietbak) en (indien voldoende aanbod ook) wasmachine aan op hemel/grijswater.

 


 Wat is de compactheid van een woning, en hoe kan ik die verbeteren?

Wat is de compactheid van een woning ?

De compactheid van een woning is de verhouding van het beschermde volume (verwarmd of geïsoleerd deel van de woning) op het totaal van de verliesoppervlakken van de woning. Met andere woorden: hoe meer van je muren aan de buitenlucht raken, hoe minder compact je woning is, en dus hoe groter de kans is dat ze warmte verliest in de winter en warmte opneemt in de zomer.

Hoe groter de compactheid van je woning hoe beter, aangezien een grote compactheid er op neer komt dat je voor eenzelfde bewoonbare volume, je verliesoppervlakte zo klein mogelijk maakt. Dit heeft 2 voordelen:

Je woning verbruikt minder energie voor verwarming per kubieke meter.

Het kost minder om je woning te bouwen gezien er minder verliesoppervlakken (muren, dak, vloer) zijn.

Het onderstaande voorbeeld verduidelijkt veel:

compactheid1

De kubus (links) en de L-vorm (rechts) hebben beide hetzelfde volume (512m3) maar de verliesoppervlaktes bij de L-vorm zijn groter (448m2 tov 384m2). Bij de L-vorm zal er dus 16% meer warmteverlies zijn voor eenzelfde woonoppervlak. Een compacte woning kan wel tot 30% minder energie verbruiken dan een niet compacte woning van dezelfde grote. Of nog anders gezegd een grote compacte woning kan even energiezuinig zijn dan een kleine niet compacte woning. U zal niet alleen op uw energiekosten sparen wanneer u compact bouwt maar ook op uw bouwkosten want u moet immers minder muur optrekken. Door compact te bouwen gebruik je jouw nuttige bouwoppervlak zo efficiënt mogelijk.

Een rijwoning heeft minder verliesoppervlakte dan een half-open woning van dezelfde grootte. En een half-open woning heeft weer minder verliesoppervlakte dan een vrijstaande woning. De scheidingsmuur met de buur wordt immers niet aanzien als een verliesoppervlak omdat je er vanuit kunt gaan dat de buur hun huis ook zal verwarmen. Dus de compactheid (volume versus verliesoppervlakte) wordt niet alleen bepaald door het volume en de vorm van de woning maar ook door het type woning.

Indeling

Een ander aspect waarmee je rekening moet houden is de indeling van je huis. Je wilt het volume dat je verwarmt (beschermd volume) zo compact mogelijk hebben. Ruimtes zoals garages, bergings en zolders die u niet wilt verwarmen en dus niet tot het beschermd volume behoren kunnen een nefaste invloed hebben op de energiefactuur indien je ze toch meerekent voor de compactheid. Onderstaand voorbeeld illustreert dit. Rood geeft het verwarmde volume weer en blauw het onverwarmde volume, in dit geval een garage.

compactheid2

Hoe kan je de compactheid van een woning verhogen?

  1. Door de geometrie te optimaliseren. De geometrische figuur met de grootste compactheid is een bol. Maar een bol is niet zo praktisch als woonvorm: daarom is een kubus de beste oplossing voor een woning. Het betekent – voor alle duidelijkheid – niét dat een woning per definitie klein moet zijn; het betekent wél dat je de oppervlakte zo gebald mogelijk probeert te houden.
  2. De aansluiting. Appartementen, rijhuizen en halfopen bebouwingen hebben minder verliesoppervlakken dan een alleenstaand huis, wat tot een betere compactheid leidt.

Bronnen: EPCinvest en Leefmilieu Brussel

 


Ik wil mijn dak isoleren maar ik heb een zolder die ik niet gebruik. Kan ik mijn zoldervloer isoleren?

De keuze om het dak of om de zoldervloer te isoleren is vaak bepaald door het gebruik van de zolder. Als de zolder niet gebruikt wordt, isoleer je zelfs bij voorkeur de zoldervloer. Hierdoor wordt de zolder afgescheiden van de rest van het gebouw, wat betekent dat het te verwarmen volume in je huis een stuk kleiner wordt (vergelijk het met een kamer waar je de verwarming niet meer moet aanzetten). Op die manier bespaar je dus energie.

Daarnaast is je zoldervloer qua oppervlakte een stuk kleiner dan het dak en heb je bijgevolg minder isolatie nodig. Dat bespaart dan weer een stukje in de investering.

Natuurlijk zijn er ook enkele aandachtspunten waar je rekening mee dient te houden indien je de zoldervloer gaat isoleren. Zo zal er bij voorkeur ook een onderdak aanwezig zijn, moet je ook een damp-en luchtdichting voorzien (aan de warme zijde van de isolatie, dus als je op de zolder staat onder de isolatie!) en zal je indien er een zolderluik aanwezig is, extra aandacht moeten schenken aan de aansluiting van de isolatie en de luchtdichting van het luik. Als je de zolder toch wilt betreden zal je een keperwerk moeten maken waarin de isolatie geplaatst wordt en waarop je dan eventueel enkele planken kunt bevestigen waarop gelopen kan worden.

Klik hier voor meer info in het Stappenplan Dakisolatie.

 


Wanneer is de vervanging van raamprofielen interessant?

Zijn de raamprofielen nog in goede staat, winddicht en stevig genoeg, overweeg dan om uw bestaande enkele beglazing onmiddellijk te vervangen door hoogrendementsbeglazing. De meerkost voor het hoogrendementsglas wint u al snel terug door de besparingen op uw stookkosten.

Zijn de raamprofielen niet meer in goede staat en niet meer te herstellen, vervang dan uw oude ramen door volledig nieuwe ramen die uitgerust zijn met hoogrendementsbeglazing. Zorg ervoor dat zowel het raamprofiel als het glas zeer goed isoleert. Uitzonderlijk worden voorzetramen geplaatst. Het warmteverlies door een venster wordt ook bepaald door de isolerende eigenschappen van het raamprofiel.

Zowel de markt van de raamprofielen als van het hoogrendementsglas is in volle ontwikkeling. Er komt steeds beter isolerende beglazing en beter isolerend schrijnwerk op de markt. Ook combinaties van materialen (bijvoorbeeld hout en aluminium) zijn vandaag de dag mogelijk. Vraag naar de laatste ontwikkelingen aan uw installateur.

U-waarden van glas en profielen

Zelfs als u gebruikmaakt van hoogrendementsbeglazing met een U-waarde van 1,1 W/m²K (gasgevulde beglazing met lage emissiefactor en 15 mm spouw), kan de U-waarde van het venster sterk variëren afhankelijk van het gebruikte raamprofiel:

  • Hout is van nature het best isolerende materiaal. Een venster in hardhout met 60 mm profieldiepte en een U-waarde van het profiel van 2,0 W/m²K resulteert in een venster met een U-waarde van 1,7 W/m²K.
  • Een aluminium venster met thermisch onderbroken profielen en een U-waarde van het profiel van 2,6 W/m²K resulteert in een venster met een U-waarde van 1,9 W/m²K.
  • Een kunststofvenster in pvc met een profiel met verschillende kamers en een U-waarde van het profiel van 1,8 W/m²K resulteert in een venster met een U-waarde van 1,7 W/m²K.

 


Kan ik mijn bestaande spouwmuur isoleren, en zo ja: hoe?

Dat kan! Een bestaande (niet-geisoleerde) spouwmuur kunt u alsnog isoleren door isolatiemateriaal in de spouw te laten inblazen of inspuiten. Dit zorgt voor een naadloze isolatielaag en resulteert in een volledige spouwvulling. Het navullen van een bestaande spouwmuur is vrij eenvoudig en snel uitvoerbaar. U kunt hiervoor terecht bij gespecialiseerde firma’s.

De isolatiedikte die u kunt aanbrengen, is uiteraard afhankelijk van de breedte van de bestaande spouw. Ga na of u, afhankelijk van uw spouwbreedte en keuze van het materiaal, de vereiste warmteweerstand kunt behalen om in aanmerking te komen voor subsidies.

Om een niet-geisoleerde spouw te kunnen isoleren, moet de spouwmuur wel aan bepaalde voorwaarden voldoen:

  • De muur moet in goede staat zijn. Bestaande vochtproblemen moeten eerst worden opgelost.
  • De buitenzijde van de muur moet voldoende damp-open afgewerkt zijn. Spouwmuren waarvan het buitenspouwblad, bestaat uit geglazuurde gevelstenen die niet behoren tot de klasse ‘zeer vorstbestand’ of afgewerkt is met betegeling of met dampdichte verf, komen niet in aanmerking voor spouwvulling.
  • De muur moet aan de binnenzijde bepleisterd zijn.
  • Het isolatiemateriaal moet de spouw volledig vullen en homogeen worden aangebracht.
  • Verbindingen tussen binnen- en buitenspouwblad vormen koudebruggen. Bij de meeste bestaande spouwmuren komen er structurele koudebruggen voor. Voorbeelden zijn: doorlopende betonnen balken boven de ramen, terrassen waarvan de vloerplaat tot in het binnenspouwblad draagt … Uit recent onderzoek blijkt dat het isoleren van bestaande spouwmuren met koudebruggen, de koudebruggen niet opheft. De ‘koudebrugwerking’ wordt ook niet erger, als de randvoorwaarden ook niet wijzigen zoals bv. de vochtbelasting van ruimten.
  • Een ‘kijkonderzoek’ of een ‘endoscopie’ vooraf is aan te raden om de spouw te inspecteren. Aannemers die gespecialiseerd zijn in het isoleren van spouwmuren, hebben hiervoor de nodige apparatuur. Indien er bv. te veel mortelbruggen aanwezig zijn, is het raadzaam om de spouw niet na te vullen.
  • De minimale spouwbreedte bedraagt 3 a 4 cm.
  • Aan de hand van controlegaten en/of infrarood thermografie kan men na het inblazen nagaan of bijvulling eventueel noodzakelijk is.

Wanneer uw spouwmuur ongeschikt blijkt te zijn om te vullen met isolatiemateriaal, kunt u ook overwegen om buitenisolatie aan te brengen. Bijkomend voordeel is dat u minder beperkt bent in isolatiedikte, wat bij spouwisolatie wel het geval is.

Tot de mogelijke isolatiematerialen voor spouwvulling behoren:

  • Polyurethaanschuim (PUR): neemt geen water op en is geschikt voor zeer smalle spouwen. Ervaring en nauwgezetheid van de uitvoerder is noodzakelijk om een volledige spouwvulling met PUR-schuim te garanderen. λ-richtwaarde: voor ρ = 8 kg/m3 is λ = 0,038 W/(m.K)
  • Ureumformaldehydeschuim (UF): zal zich bij het uitdrogen in de spouw lostrekken van spouwbladen en kan leiden tot krimpscheuren Ervaring en nauwgezetheid van de uitvoerder is uiterst belangrijk om een goede navulling van de spouw te garanderen. λ-richtwaarde: voor ρ = 8 kg/m3 is λ = 0,037 W/(m.K)
  • Minerale wolvlokken: Rots- en glaswolvlokken worden met behulp van siliconen waterafstotend gemaakt. Bij het inblazen, moeten de nodige voorzorgen genomen worden. Ze moeten met voldoende grote dichtheid in de spouw worden aangebracht.
  • Rotswol: λ-richtwaarde: voor ρ = 40 kg/m3 is λ = 0,045 W/(m.K) ; voor ρ = 70 kg/m3 is λ = 0,041 W/(m.K)
  • Glaswol: λ-richtwaarde: voor ρ = 30 kg/m3 is λ = 0,041 W/(m.K) ; voor ρ = 50 kg/m3 is λ = 0,038 W/(m.K)
  • Geexpandeerde polystyreenparels (EPS): worden meestal vermengd met lijm bij het vullen van de spouw.
  • EPS (wit): λ-richtwaarde: voor ρ = 14 kg/m3 is λ = 0,042 W/(m.K)
  • EPS (grijs): λ-richtwaarde: voor ρ = 12 kg/m3 is λ = 0,037 W/(m.K) 2
  • Silicaatschuimkorrels (SLS): korrels op basis van gerecycleerd glas. De korrels nemen geen vocht op, maar de structuur in de spouw is wel dampopen langsheen de korrels. λ-richtwaarde: voor ρ = 24 kg/m3 is λ = 0,039 W/(m.K)
  • Geexpandeerde perlietkorrels (EP): een natuurlijk en licht isolatiemateriaal, gemaakt van vulkaansteen. Het heeft een sterke waterdampdoorlaatbaarheid en wordt daarom vaak omkleed met bitumen. λ-richtwaarde: voor ρ = 80 kg/m3 is λ = 0,044 W/(m.K)
  • Geexpandeerde vermiculietkorrels (EV): wordt gemaakt uit een natuurlijk rotsgesteente. Het is uitermate geschikt om brandgevoelige ruimtes (bv. rond de schoorsteen) mee op te vullen. λ-richtwaarde: voor ρ = 104 kg/m3 is λ = 0,069 W/(m.K)

 


Ik wil mijn dak isoleren maar er is geen onderdak aanwezig. Is zo’n onderdak echt nodig?

Dat kan. Maar het is niet evident. We gaan dan werken met een ‘ersatz’-dak. Een dak dat met andere woorden slechts tijdelijk een oplossing biedt. En dat moet worden vervangen van zodra er aan het dak wordt gewerkt.

Het onderdak speelt een belangrijke rol in de dakopbouw :

  • het draagt bij tot de winddichtheid
  • het verhindert het ontstaan van luchtstromingen doorheen en achter de isolatielaag
  • het zorgt ervoor dat het eventuele water dat doorheen de dakbedekking dringt (bv. bij hevige regen en wind, bij het wegwaaien van een dakpan, bij stuifsneeuw, …) de isolatie en de binnenafwerking niet kan bevochtigen
  • het vermijdt de bevochtiging van de isolatie tengevolge van condensatie op de onderzijde van de dakbedekking of door smeltende stuifsneeuw die doorheen de pannen geblazen wordt
  • het verhindert dat er via het dak stof in de binnenruimte zou terechtkomen.

Het voorzien van een onderdak is met andere woorden ten zeerste aanbevolen.

Indien de plaatsing van een volwaardig onderdak niet mogelijk is (bijvoorbeeld omdat het budget ontoereikend is), wordt aangeraden om een ersatz-onderdak te voorzien. Het gaat hier om een soepele onderdakfolie die met behulp van een bevestigingslat en een soepele kitvoeg langs binnen bevestigd wordt aan de onderzijde van het dak, op de plaats waar men normaal gesproken het onderdak zou aantreffen. Dit ersatz-onderdak beschermt de isolatie en de binnenafwerking tegen de invloeden van het buitenklimaat (water, wind, stof …), voor zover deze doorheen de dakbedekking voelbaar zouden zijn.
De soepele folie die gebruikt wordt als ersatz-onderdak dient dampopen te zijn en zodanig geplaatst te worden dat het eventuele vocht dat terechtkomt op de bovenzijde ervan, afgevoerd wordt naar de dakgoot, zonder hierbij het daktimmerwerk te bevochtigen (dit zou immers aanleiding kunnen geven tot houtrot).

Om de bevochtiging van de kepers door zijdelings afvloeiend water te vermijden, moet men ervoor zorgen dat dit afgevoerd wordt naar het midden van de ersatz-onderdakbaan. Hiertoe dient men centraal tussen de kepers voorzichtig een houten lat met geringe hoogte (bijvoorbeeld 15 mm) tegen de panlatten te bevestigen, die het ersatz-onderdak op deze plaats een beetje naar beneden drukt (zie bovenstaand schema). Vermits deze lat in contact kan komen met het eventuele water dat via de pannen op het ersatz-onderdak neervalt, is het belangrijk dat ze verduurzaamd wordt.

Bij het aanbrengen van de isolatie tegen het ersatz-onderdak dient men er tenslotte op toe te zien dat er geen luchtspouw ontstaat tussen beide lagen

Hoewel het in elk geval beter is een ersatz-onderdak te voorzien dan helemaal geen onderdak, dient men rekening te houden met het feit dat dit ersatz-onderdak steeds een voorlopig karakter heeft en een aantal minpunten vertoont. Zo biedt het slechts een beperkte bescherming ten opzichte van infiltraties. Bij een eventuele vernieuwing van de dakbedekking achteraf is het dan ook ten zeerste aangeraden het ersatz-onderdak te vervangen door een volwaardig exemplaar.

 


Ik ben een nieuwe woning aan het bouwen. Voor welk ventilatiesysteem kies ik?

Wat bedoelen we met ventileren

Ventileren is het continu vervangen van binnenlucht door “verse” buitenlucht, eventueel via een andere ruimte. Dit kan zowel bewust gebeuren: via daarvoor bestemde ventilatievoorzieningen (bijv roosters in de ramen of mechanische ventilatiesystemen), of onbewust: via kieren en naden.

Naast ventileren is spuien van belang. Dit is het in beperkte tijd snel “luchten” van vertrekken via te openen ramen en deuren. Ventileren wordt nog wel eens verward met spuien, dit is dus niet hetzelfde.

Zowel ventilatie als spuien zijn van belang voor:

  • Toevoer van zuurstof. Zuurstof is voor het ademen van mensen van belang. Extra van belang is het voor woningen uitgerust met een open haard. Wanneer deze een open systeem heeft (= zijn zuurstof uit de ruimte haalt) moet er ook de hele tijd zuurstof de woning ingevoerd worden, anders is de kans groot dat er schadelijkere stoffen vrijkomen. Bijvoorbeeld kankerverwekkende stoffen zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen
  • Afvoer van “vervuilde” en vochtige lucht
  • Afvoer van warmte, meestal bij warm (zomer)weer.

Ventilatiesystemen zijn te onderscheiden naar wijze van:

  • Toevoer van ventilatielucht
  • Afvoer van ventilatielucht

Ventileren verplicht?

Ventileren is verplicht voor alle nieuwe woningen, en bij uitbreiding en verbouwingen.

De EPB-regelgeving schrijft voor hoe gebouw(delen) met woon- of verblijffunctie dienen te worden uitgerust om een correcte ventilatie van de kamers mogelijk te maken. De norm garandeert niet dat het gebouw correct zal geventileerd worden : dat hangt af van de gebruiker en hoe die met de aangebrachte voorzieningen omspringt.

Hoe kun je ventileren?

Ventileren doe je door de aanvoer van verse buitenlucht en afvoer van de vervuilde lucht.
De aanvoer van deze verse lucht doe je in “droge ruimtes”, hieronder verstaan we: woonkamer, bureau, slaapkamers … De vervuilde lucht voer je af in de “vochtige ruimtes”, hieronder verstaan we: keuken, badkamer, wasplaats… De doorvoer tussen de verschillende ruimtes gebeurt door spleten onder de deur of door middel van roosters in deur of muur.

De meest voorkomende systemen bij nieuwbouw woningen zijn C en D.

Systeem C:

Natuurlijke toevoer, mechanische afvoer.
De lucht komt de woning binnen via ventilatieroosters direct van buiten. De afvoer vindt plaats in de natte ruimten (badkamer, keuken, toilet, berging voor wasmachine/droger) met behulp van een elektrische ventilator. Via spleten onder deuren of roosters wordt de binnengehaalde lucht van droge ruimtes (woonkamer, slaapkamers) naar deze natte ruimten getransporteerd waar deze wordt afgezogen.

Systeem D:

De ventilatie vindt plaats met behulp van 2 elektrische ventilatoren: eentje voor de toevoer van verse lucht, en eentje voor de afvoer van lucht.
De afvoer vindt plaats in de natte ruimten (badkamer, keuken, toilet, berging voor wasmachine/droger) met behulp van een elektrische ventilator. Via spleten onder deuren of roosters wordt de binnengehaalde lucht van droge ruimtes (woonkamer, slaapkamers) naar deze natte ruimten getransporteerd waar deze wordt afgezogen.
De hoeveelheid toegevoerde en afgevoerde lucht is in principe gelijk.

De warmte die uit de afvoerlucht komt kan worde overgedragen aan de toevoerlucht van buiten. Hierdoor wordt er energie bespaard ten opzichte van systeem C, en dus een minder hoge energiefactuur. Omdat de aangevoerde lucht al warm is, hoeft deze niet meer worden opgewarmd. Dit kan 250m3 gas per jaar aan stookkosten sparen voor een gemiddelde woning. Dit is een besparing voor je energierekening van ongeveer 100 euro per jaar.
In de warme zomerperiode wil je liever niet dat in de nacht de lucht van buiten wordt voorverwarmd. Het is dan mogelijk een bypass aan te brengen waarbij de lucht dus niet wordt voorverwarmd.

Onderhoud noodzakelijk!

Er worden bij dit systeem filters toegepast, deze zuiveren de buitenlucht. Deze filters raken naar verloop van tijd echter verstopt en deze dienen dan ook schoongemaakt te worden. Dit kunnen de bewoners zelf doen: 1x per maand met behulp van de stofzuiger. Door de hoge luchtvochtigheid in ons land is het ventilatiesysteem ook relatief vochtig; bij onvoldoende onderhoud en/of onjuist gebruik leidt dit tot verhoogde hoeveelheden schadelijke stoffen, afkomstig van bacteriën en schimmels in de filters, in de toegevoerde lucht. Het is daarom noodzakelijk dat het systeem minimaal een keer per jaar wordt nagekeken en schoongemaakt.

  • Infosessies duurzaam bouwen

    Plaats: Limburg

    Datum: 2017

    Dubolimburg organiseert met de steun van de provincie Limburg en Infrax infosessies en Infrax BouwTeams in de provincie Limburg. Je kan je gratis inschrijven...